Geschiedenis

Handboogschieten
Hoe oud handboogschieten ook al is, de handboogsport is jong. Vanaf de eerste boog duizenden jaren geleden tot diep in de middeleeuwen zijn handbogen gebruikt om mee te jagen of oorlog te voeren. De uitvinding van het buskruit bracht echter nieuwe wapens met zich mee die de plek van de boog in het leger en de jacht innamen. Tot die tijd was handboogschieten geen sport maar een beroep, of een noodzaak om aan eten te komen. Daarna is handboogschieten langzaam gegroeid tot een Olympische sport die nu door velen wereldwijd wordt beoefend. Een sport waar traditie hand in hand gaat met de zeer moderne materialen waarvan bogen, pijlen en accessoires zijn gemaakt.

Handboogsport: wedstrijdsport
Tegenwoordig beoefenen zo’n 9000 Nederlanders in verenigingsverband handboogschieten als sport. Zij doen dat ’s winters binnen en ’s zomers vaak buiten. In verschillende materiaalklassen gaan sporters de competitie met elkaar aan op afstanden die kunnen variëren van 5 tot 90 meter. Zij schieten op doelen die meestal van geperst stro zijn gemaakt.

Voor alle leeftijden
Hoewel men regelmatig wedstrijden schiet in teamverband, is boogschieten echt een individuele sport: het schieten van een pijl gebeurt door één persoon. Omdat hedendaagse bogen en pijlen van moderne materialen zijn gemaakt, hoeft een handboogsporter niet sterk te zijn.
Coördinatie, concentratie en een goede techniek zijn de belangrijkste elementen van doelgericht schieten. Hierdoor ontdekken steeds meer vrouwen, kinderen en senioren de sport. Behalve dat boogschieten geschikt is voor alle leeftijden, is het ook geschikt voor mindervaliden.